KITESURF WOORDENSCHAT VOOR DUMMIES: VAAR STIJLEN

Woordenschat kitesurfen. Upwind, downwind, onshore wind, offshore wind… Ik denk dat we al die termen kennen. Maar er zijn heel veel woorden in onze kitesurfwereld die voor sommigen van ons (nog) niet duidelijk zijn. Je hoeft ze niet allemaal te kennen om een goede of misschien zelfs geweldige kitesurfer te zijn, maar soms kunnen ze gesprekken een stuk eenvoudiger maken. Ik heb gemerkt dat sommige betekenissen erg vaag zijn en niet altijd duidelijk zijn voor de gebruikers (inclusief ik). Laten we dat duidelijk maken met een Kitesurf Woordenschat voor Dummies.

Vandaag lees je over vaarstijlen. Zoals het woord al zegt: verschillende stijlen van varen. Een kiteboarder kan de voorkeur geven aan meerdere vaarstijlen en zelfs meerdere in één sessie uitvoeren. Als je weet welke stijl(en) je het liefst hebt of wilt leren, kun je beslissen welke soort kite, board of bar je wilt kopen. Sommige vaarstijlen worden ook gebruikt om wedstrijddivisies te benoemen, waarbij een kiter meestal gebonden is aan slechts één stijl en meestal ook aan een bepaalde uitrusting tijdens die wedstrijd. Voorbeelden van deze wedstrijden zijn Strapless Freestyle of Hydrofoil Race.

PS: klik op de foto’s en bekijk de Insta’s van deze geweldige kiters!

Linda laat hier Wakestyle zien
Jeroen laat hier Airstyle zien
Ruben laat hier Freeride zien

FREERIDE: Een stijl die niet is gericht op het landen van tricks of -sprongen maar op gecontroleerd rijden. Als je aan het sightseeing bent tijdens het kitesurfen of rondcruisen, ben je aan het freeriden.

FREESTYLE: Een stijl waar je ingehaaked bent en de kite gebruikt om lift te creëren. Hoogte en hangtime kunnen cruciaal zijn om sommige van deze trucs uit te voeren. Voorbeelden van freestyle-tricks zijn backrolls en kiteloops.

AIRSTYLE / FREESTYLE “OLD-SCHOOL”: Een deel van freestyle waarbij de kiters hoge sprongen uitvoeren met rotaties, one-footers, board offs, board flips, grabs of een combinatie van deze dingen. De sprongen zijn gericht op hangtime, zodat de rijder genoeg tijd heeft om zijn trick uit te voeren.

BIG AIR: Een onderdeel van freestyle waarbij de rijder sprongen uitvoert met het doel om zo hoog mogelijk te komen. In de competitie wordt de big air zo gaaf of extreme mogelijk uitgevoerd door Airstyle, een kiteloop of zelfs een uitgehaakte trick te voegen.

WAKESTYLE: Het grote verschil met freestyle is dat je geen lift maakt en niet bent ingehaakt, maar uitgehaakt. In plaats van je kite in te sturen om te springen, houd je je kite laag en gebruik je de spanning van de lijnen om je uit het water te trekken, zoals wakeboarders doen. Sommige mensen verwijzen naar deze stijl als FREESTYLE “NEW SCHOOL”.

PARKSTYLE: Sliders, kickers, rails, enz. gebruiken, net als een wakeboarder in een wakeboard-park … Behalve dat het gedaan wordt met een kite in plaats van aan de kabel. Meestal kiezen kiters ervoor om uitgehaakt te zijn omdat het hen de mogelijkheid geeft om de bar om hen heen te pasen.

WAVE RIDING / SURF: Surfen op golven zoals golfsurfers maar met een kite.

RACE: zo snel mogelijk zijn of de snelste van de groep.

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on email
nl_NLNL
en_USEN nl_NLNL